Droogbloemen schikken doe je door te beginnen met een centrale bloem, daar vulbloemen omheen te plaatsen en het geheel losjes bij elkaar te houden zodat het arrangement luchtig blijft. Het principe lijkt op het schikken van verse bloemen, maar droogbloemen vragen om een lichtere hand: de stelen zijn brozer en de bloemen breken sneller als je ze te stevig vasthoudt of te strak samenbindt.

Materiaal dat je nodig hebt

Voordat je begint met schikken, leg je alles klaar. Voor een los boeket heb je droogbloemen in verschillende maten, een schaar en een stuk touw of raffia nodig. Wil je de bloemen in een vaas of op een krans verwerken, dan gebruik je vaak ook bloemenschuim (oasis), een staaldraad of houten prikkers. Droogbloemen hechten niet aan nat oasis, dus gebruik altijd het droge alternatief of steek de stelen direct in een gevlochten mand of een vaas met zand.

Stap voor stap droogbloemen schikken

Een goede volgorde maakt het schikken een stuk gemakkelijker. Volg deze stappen:

  • Stap 1: Sorteer je bloemen. Verdeel ze in drie groepen: centrale (grote) bloemen zoals pampagras of gedroogde pioenrozen, vulbloemen zoals statice of gipskruid, en eventueel groene of bruine takjes als structuurelement.
  • Stap 2: Begin met de centrale bloemen. Houd ze losjes in je hand en schik ze op verschillende hoogtes. Droogbloemen zien er het mooist uit als niet alle koppen op dezelfde hoogte zitten.
  • Stap 3: Voeg de vulbloemen toe. Plaats ze rondom de centrale bloemen, maar druk het boeket niet dicht. Een te strak boeket oogt minder natuurlijk en de bloemen kunnen knakken.
  • Stap 4: Voeg structuurelementen toe. Takjes, gedroogde bladeren of grashalmen geven diepte aan het arrangement.
  • Stap 5: Bind het boeket. Wikkel touw of raffia losjes om de stelen, op ongeveer een derde van de onderkant. Knip de stelen gelijk af op de gewenste lengte.
  • Stap 6: Controleer de balans. Kijk vanuit verschillende kanten of het boeket er evenwichtig uitziet. Pas aan waar nodig, maar doe dat voorzichtig om breuk te voorkomen.

De juiste verhouding tussen bloemen

Een veelgemaakte fout is te veel van één soort gebruiken. Een goed boeket heeft een duidelijke hoofdbloem (1 tot 3 stuks), meerdere vulbloemen (5 tot 10 stuks) en een handvol structuurelementen. Die verhouding van ruwweg 1 op 3 op 5 zorgt voor een arrangement dat gevuld maar niet overvol aanvoelt. Hou ook rekening met kleur: een neutrale basis van beige, wit of groen werkt goed als je er een accent van een donkerdere kleur aan toevoegt.

Droogbloemen schikken in een vaas of krans

Schik je de bloemen in een vaas, zet dan iets in de vaas waarmee de stelen op hun plek blijven. Droog zand, kiezels of een prop kippengaas werken goed. Begin met de langste en zwaarste stelen als eerste, zodat die als ruggengraat dienen. Vul daarna de ruimtes op met kleinere bloemen.

Voor een krans gebruik je een ronde basis van wilgentakken of stro. Bind kleine bundeltjes droogbloemen met een draad vast aan de krans en werk altijd in dezelfde richting. Zo overlappen de bundeltjes elkaar netjes en zie je geen losse draad of kale plekken.

Valkuilen bij het schikken

Droogbloemen zijn minder vergevingsgezind dan verse bloemen. Een paar dingen om op te letten:

  • Vermijd vochtige ruimtes. Droogbloemen nemen vocht op en kunnen daardoor gaan hangen of schimmelen.
  • Ga niet te ruw met de stelen om. Buig ze niet te scherp; gebruik liever een staaldraad als een steel te kort of te dun is om rechtop te staan.
  • Knip droogbloemen pas op lengte nádat je het arrangement hebt samengesteld. Zo voorkom je dat je een steel te kort knipt en hem niet meer kunt gebruiken.
  • Hang het boeket niet in direct zonlicht. Kleuren vervagen snel als droogbloemen langdurig in de zon staan.

Met een beetje oefening merk je snel wat werkt. Begin met een eenvoudig los boeket van drie tot vijf soorten, en bouw van daaruit verder. De meeste droogbloemen zijn ook na een misluke eerste poging gewoon opnieuw te schikken, zolang je ze voorzichtig behandelt.