Kaarsvet wordt het vaakst gemaakt van paraffine, een bijproduct dat overblijft bij het raffineren van aardolie. Nadat benzine, kerosine en andere brandstoffen uit ruwe olie zijn gehaald, blijft er een wasachtige stof over: paraffine. Die stof is goedkoop, makkelijk te vormen en brandt stabiel, wat het al decennialang de meest gebruikte grondstof voor kaarsen maakt.

Paraffine: het meest gebruikte materiaal

Paraffine is een mengsel van koolwaterstoffen met een hoog smeltpunt. In pure vorm is het wit en reukloos. Voor kaarsen wordt het gesmolten, gemengd met kleur- en geurstoffen, en daarna gegoten of gekneed rondom een lont. Het eindresultaat is de standaardkaars die je in de meeste winkels tegenkomt.

Het grote voordeel van paraffine is de prijs. Omdat het een restproduct is van de olie-industrie, is het in grote hoeveelheden beschikbaar en relatief goedkoop te produceren. Een nadeel is dat paraffine bij het branden roet kan produceren, zeker als de lont te lang is of de kaars in de tocht staat.

Kaarsvet van dierlijk vet: de historische grondstof

Lang voor de uitvinding van paraffine werd kaarsvet letterlijk gemaakt van vet. Kaarsen werden gemaakt van talk, een hard dierlijk vet dat afkomstig is van runderen, varkens en schapen. Het slachtafval van koeien, kippen en varkens leverde de grondstof voor miljoenen kaarsen. Talk smelt bij een relatief lage temperatuur en brandt, al produceert het bij verbranding een onaangename geur. Bijenwas was een luxer alternatief, maar dat was duur en daardoor voorbehouden aan kerken en rijke huishoudens.

Tegenwoordig wordt dierlijk vet nog maar zelden gebruikt voor kaarsen in de westerse markt. Alleen in ambachtelijke of traditionele contexten kom je het soms nog tegen.

Plantaardige alternatieven: soja en palmolie

Als alternatief voor paraffine worden steeds vaker plantaardige wassen gebruikt. De bekendste zijn sojakaarsvet en palmolievet. Sojavet is zachter dan paraffine en brandt iets langzamer, wat het populair maakt bij wie op zoek is naar een meer duurzame of vegan kaars. Palmolievet heeft vergelijkbare eigenschappen, maar de teelt van palmolie roept vragen op over ontbossing, waardoor sommige fabrikanten het liever vermijden.

Plantaardige kaarsvet is doorgaans duurder dan paraffine. Een sojakaars kost in de winkel gemiddeld meer dan een vergelijkbare paraffinekars, al verschilt dat sterk per merk en formaat.

Bijenwas: de klassieke luxegrondstof

Bijenwas is de oudste “pure” kaarsgrondstof die we kennen. Het is een natuurproduct dat door honingbijen wordt uitgescheiden om raat mee te bouwen. Kaarsen van bijenwas branden lang, druppelen weinig en geven een zwak, aangenaam zoet geurtje af zonder toegevoegde parfums. Ze worden nog steeds gemaakt, maar zijn flink duurder dan paraffine- of sojakaarsen. Bijenwas is dan ook meer een premiumproduct dan een alledaagse grondstof.

Gemengde recepturen

Veel moderne kaarsen zijn niet van één pure grondstof gemaakt, maar van een mix. Fabrikanten combineren paraffine met een deel soja of bijenwas om de voordelen van beide materialen te benutten. Zo kan een kaars stevig genoeg zijn om makkelijk te vormen (paraffine), terwijl hij toch wat langzamer en schoner brandt (soja). Op het etiket staat dan vaak “blend” of een mengverhouding vermeld.

Kort samengevat bestaat kaarsvet dus meestal uit paraffine als basis, met plantaardige wassen, bijenwas of dierlijk vet als alternatieven of toevoegingen. Wil je weten waar een specifieke kaars van gemaakt is, kijk dan op de verpakking: fabrikanten zijn steeds vaker transparant over de gebruikte grondstoffen, zeker in het hogere segment.